Normaal vraag ik altijd aan vriendlief of hij het eten lekker vond, dan krijg ik eigenlijk altijd ja terug… Dan vraag ik daarna of het voor herhalingvatbaar is en dan komt de waarheid altijd naar boven. Dan leer ik of hij enthousiast is, het niet zo lekker vond en of hij het dus wel of niet nog een keer wil eten.

Maar bij dit gerecht hoefde ik het niet te vragen, het werd duidelijk gemaakt dat ik dit veel vaker moest maken. Dat ik het recept niet mocht verliezen enz. Hij was dus tevreden en zo deel ik het recept ook even met jullie, zelfs ik die niet zo van humus hou vond dit eigenlijk wel lekker. Ondanks je een soort humus maakt, maar met hele eigen kruiding.

2 personen

Ingrediënten

  • 400 g kik­ker­erw­ten
  • sap van 1/2 citroen
  • 7 el olijfolie
  • 4 puntpaprika’s, of net als ik een paar buitenbeentjes.
  • 1 tl komijn
  • 1 tl gemalen kardemom
  • 1 tl gemberpoeder
  • 2 tl gedroogde dillen

Bereiding

  1. Verwarm de oven op 200°C voor.
  2. Laat de kikkererwten uitlekken en spoel ze af met koud water.
  3. Voeg de kikkererwten, kardemom, gemberpoeder, dillen, komijn, citroen en olijfolie toe aan de blender.
  4. Blender alles kort tot een gladde puree.
  5. Halveer de puntpaprika’s en verwijder de zaadlijsten.
  6. Vul de puntpaprika’s met de puree en leg ze op een bakplaat bekleed met bakpapier.
  7. Bak ze ca. 25 minuten in het midden van de oven.

Bon appétit

tip: Lekker met een frisse salade.